Kleuteronderwijs in Noorwegen

Na het vermoeiende weekend was het nogal moeilijk om op te staan vandaag. Maar het moest want we hadden een hele dag les. Maar eenmaal uit bed is het niet zo’n probleem want niemand gaat met tegenzin naar de les, behalve misschien de Spanjaarden die niet altijd komen. ‘s Morgens kunnen we met een hele hoop de bus nemen want we zitten met een stuk of 12 medestudenten in Gulaksveien, en onderweg stappen de Spanjaarden (of toch een aantal van hen) ook op de bus.

De eerste les was wederom Music crossing borders. Dit deel van de cursus, Music sociology, wordt gegeven door de man waarbij we vorige week hebben gegeten. We hebben acht verschillende muzikale fragmenten beluisterd (en soms bekeken). Bij elk fragment kregen we 3 of 4 vragen (de instrumenten die we gehoord hadden, uit welk land of regio de muziek kwam, de betekenis van het soort muziek…). Een van de fragmenten wil ik jullie niet onthouden. Throatsinging uit Tuva, een onafhankelijke staat tussen 1921 en 1994, tussen Mongolïe en Rusland. (Video) We maken hier dus kennis met allerlei soorten van muziek, van klassiek tot flamenco tot dit soort vreemde keelgeluiden.

Tijdens de lunchpauze hebben we nog een halfuur geoefend voor onze voorstelling. Het zal niet zo indrukwekkend zijn als wat jullie op de fragmenten hebben gezien, maar we zijn er best tevreden. Morgen moeten we nog een klein stukje bedenken maar dat komt wel in orde. Ik ben ook erg benieuwd naar de voorstellingen van de andere studenten.

In de namiddag kregen we les van Monika over het kleuteronderwijs in Noorwegen. Voor mij dus waarschijnlijk één van de meest interessante lessen. Kinderen kunnen hier vanaf 1 jaar naar school. Pas vanaf 6 jaar zijn ze verplicht om naar school te gaan. Van de 1-jarige Noorse kinderen gaat ongeveer de helft naar de kleuterschool. Bij de 5-jarigen ligt dat percentage met 95% veel hoger. De kinderen die niet naar school gaan zijn vaak migranten. Omdat het belangrijk is dat ook deze kinderen naar school gaan, doet de regering extra inspanningen om hen naar school te laten gaan.

Gemiddeld heeft elke begeleider (kleuterleerkracht en ander personeel) 4,8 kinderen. Dat is wel een enorm verschil met België waar je meestal in je eentje 25 à 30 kinderen hebt. Ook hier zijn de kleuterleiders nog steeds zwaar in de minderheid maar de situatie is met 9% toch beter dan in België. Aan de universiteit kan je een drie jaar durende opleiding to kleuterleerkracht volgen. Hier in Stavanger zitten er zo’n 450 studenten in deze richting. Het programma ziet er helemaal anders uit dan ons programma in België. Zo hebben ze hier in het laatste jaar bijvoorbeeld maar 5 weken stage.

Op dit moment is er hier in Noorwegen een discussie aan de gang over de rol van het kleuteronderwijs. Men begint zich af te vragen of het wel goed is dat zo’n jonge kinderen van hun moeder worden gescheiden. Men twijfelt ook of een kleuterschool een educatieve of een sociale taak moet hebben. Hier zeggen ze dat het hand in hand moet gaan. Je kan pas leren als je je veilig, goed en geborgen voelt. Op dit vlak verschilt het natuurlijk niet van de situatie in België. Ook de andere belangrijke ideeën verschillen niet zoveel. Men zorgt voor de kinderen, laat ze spelen en door te spelen leren ze allerlei dingen. Het sociale en het multiculturele is ook hier zeer belangrijk.

Monika vroeg ons ook wat een kleuterschool nodig heeft om de kinderen spelenderwijs dingen te leren. Net zoals tijdens de vorige les ontstonden er leuke discussie. De eerste discussie ging over het al dan niet aanbieden van plastic wapens. Sommigen waren voor, anderen waren tegen. De tweede discussie ging over het gebruiken van kleurprenten in de klas. Ik zei dat het niet goed is voor de creativiteit van de kinderen en dat je het enkel kan gebruiken om de techniek aan te leren. Niet iedereen was het daar mee eens, want in sommige landen gebruiken ze dat blijkbaar heel veel. En in België zal het ongetwijfeld ook nog veel gebruikt worden.

Na deze discussies kregen we nog wat foto’s te zien. Het proces van beschouwen en creëren wordt ook hier sterk gevolgd. Eerst bekijken en beleven ze allerlei dingen, en daarna mogen ze hun ervaringen uiten op een creatieve manier, waarbij het eindproduct van ondergeschikt belang is. Ze werken ook hier met thema’s dus ook op dit punt verschilt het onderwijs niet zoveel met onze manier in België.

Na de pauze kregen we nog een video te zien van iets dat we in België niet kennen, namelijk outdoor education. In Noorwegen is het heel normaal om één dag per week met de kinderen het bos in te trekken. De kinderen mogen van de heuvels rollen, in bomen klimmen, een speciaal touwenparcours volgen, naar beneden schuiven… ‘s Middags wordt er een kampvuur gemaakt en worden er worsten of andere dingen warmgemaakt. Outdoor education doet dus een beetje denken aan een kamp van een jeugdbeweging. Maar kinderen leren ontzettend veel bij op deze manier. Ze spelen samen, hun fantasie wordt enorm geprikkeld, ze worden heel behendig in het bewegen op onstabiele ondergronden, al hun bewegingsvaardigheden worden op de proef gesteld… En bovendien is het ook nog zeer gezond om in de buitenlucht te spelen. De kinderen van de lagere school krijgen ook hakbijlen, zagen en ander materiaal om bomen om te hakken, taken af te zagen, kampen te bouwen… Het lijkt allemaal een beetje gevaarlijk maar hier gaan ze er van uit dat kinderen zelf weten wat gevaarlijk is en wat niet. Als je een kind helpt om in een boom te klimmen dan kan het heel onstabiel of met veel schrik naar boven gaan. Maar als een kind niet geholpen wordt dan voelt het vanzelf wanneer het gevaarlijk wordt en wanneer het niet lukt, en dan zullen ze ook niet zo hoog klimmen. De Spaanse mensen, waarvan er veel lichamelijke opvoeding geven, zijn deze aanpak absoluut niet gewoon en vonden het heel gevaarlijk. Ik vond het zeer interessant en ik ben blij dat we tijdens de lessen outdoor education nog meer over dit onderwerp zullen leren.

De kinderen spelen elke dag buiten, ook als het heel slecht weer is. In Noorwegen hebben ze namelijk het volgende gezegde: Det fins ikke dårlig vær, bare dårlige klær (Er bestaat niet zoiets als slecht weer, er bestaat alleen slechte kledij). Kinderen hebben altijd aangepaste kledij aan als ze naar buiten gaan dus slecht weer vormt absoluut geen probleem.

Na de les zijn we naar huis gegaan en ben ik hier in de buurt gaan lopen. Ik dacht langs het water te lopen maar dat bleek moeilijker te zijn dan ik dacht. Het gaat hier wel bergop en bergaf dus na een halfuur was ik echt uitgeput. Ik heb ook al twee weken niks meer gedaan dus het wordt tijd dat ik terug iets aan mijn conditie doe. Je weet nooit of ze mij bij de reserven nog nodig hebben. Voor 250 euro kan ik wel even over en weer komen…

‘s Avonds hebben we samen gegeten en daarna heb ik kennisgemaakt met de laatste twee Belgen die zijn toegekomen.  Ik heb ze wat foto’s en filmpjes getoond van de eerste twee weken in Stavanger. De Noren in Gulaksveien zeiden al lachend dat het hier een massale Belgische invasie is. We zitten nu met tien Belgen (6 Vlamingen en vier Walen) in onze klas, waarvan er acht in Gulaksveien wonen.

Dit was nog eens een heel lang verslag maar voor de mensen van de KHM is het misschien leuk om te weten op welke manier er in Noorwegen les wordt gegeven. Ik kijk in ieder geval al uit naar de stage want ik denk dat het enorm leuk zal zijn. Als er iemand nog iets wil weten over het kleuteronderwijs in Noorwegen dan mag je het altijd vragen per mail of hier op deze blog.

Tot morgen!

Explore posts in the same categories: Allerlei, University of Stavanger

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.